Recensies
Fotograaf: Armelle van Helden
14-08-2010 Orfeo tovert Domplein om tot Weense balzaal
Het Domplein is het spirituele hart van Summer Darkness. Niet alleen omdat de Domtoren met zijn 112 meter en 32 centimeter als ideale blikvanger fungeert, maar ook omdat de meest interessante podia van dit festival zich op deze historische plek bevinden. De gotische Domkerk is al jarenlang de perfecte locatie voor unieke concerten (Estampie, Sieben, dit jaar Brendan Perry) en het gratis toegankelijke buitenpodium is de ideale plek voor de Utrechtse bevolking om kennis te maken met dit visueel buitengewoon aantrekkelijke evenement.De Nederlandse folkband Orfeo staat dit jaar maar liefst twee keer geprogrammeerd op het Domplein. Samen met verwante bands als Kelten Zonder Grenzen en Ball Noir nemen zij een niet onaanzienlijk deel van de SD-programmering voor hun rekening, en dat is geen verkeerde keuze. Hun instrumentale folkmuziek met zowel metal- als klassieke invloeden is makkelijk te verhapstukken. De sympathieke uitstraling van de bandleden versterkt alleen maar het vermoeden dat gothics eigenlijk gewoon de nieuwe hippies zijn. Onder een heerlijk zonnetje presenteren de leden van Orfeo hun debuut-Cd 'Inferno' aan het grote publiek . Hun folk-variant is een mengeling van Britse jaren '70-folk (Caravan, Magna Carta) en hedendaagse folkbands (Hedningarna, Espers). Met hun afwijkende instrumentarium (o.a. harp, dwarsfluit en twee draailieren) weten zij op het podium een sfeer te creëren die enerzijds terug grijpt naar de Middeleeuwen, maar door subtiel toegevoegde metal-injecties stevig met beide benen in het heden staat.
Orfeo speelt zogenaamde balfolk. Muziek die het best op een bal tot zijn recht komt en daar moet natuurlijk gedanst worden. Of het nu een wals is, een bourree of een mazurka; Orfeo weet er wel raad mee en, tot verbazing van de argeloze bezoeker, een groot deel van het publiek blijkbaar ook. Het ene moment dansen de fans in paartjes als verliefde vlinders rondom een kaarsvlam, het andere moment verplaatsen zij zich en masse in een middeleeuwse polonaise door het publiek om vervolgens voor het podium in een grote tovercirkel helemaal loos te gaan.
Ondanks de enthousiaste reacties van het publiek hebben de leden van Orfeo nog wel wat huiswerk te doen. Hun muziek klinkt soms wel erg braaf, en de aankondigingen van harpiste Lies zijn erg schattig maar ook een beetje knullig. Gelukkig belooft gitarist Marco op de site dat hij zijn metalinvloeden (hij speelt ook in metalband Eria d'Or) nog meer in de muziek van Orfeo zal integreren. Een goede zaak, want daarvan gaat deze band alleen maar energieker klinken. Grote kans dat hun fans de komende edities de klinkers uit het Domplein zullen dansen.
Orfeo bewijst met dit optreden de toegevoegde waarde van het buitenpodium, en het is te hopen dat de gemeente Utrecht de plannen om het middenschip tussen de Domkerk en de Domtoren te herstellen in een heel grote ijskast parkeert. Onze raadsleden klagen immers steen en been over een chronisch gebrek aan financiële middelen. In dit geval zou dat wel eens een geschenk uit de hemel kunnen zijn.
Gezien: Orfeo, vrijdag 13 augustus 2010 @ Domplein
Bron: 3voor12 Utrecht.
15-02-2010 Inferno recensie door FolkForum
De eerste keer dat ik de balfolkband Orfeo zag waren de leden wel enthousiast, maar kwam het muzikaal gezien nog niet goed uit de verf en was het geluid erbarmelijk, ik had zo mijn twijfels. Vervolgens redden ze zich een tijdje later in een theatertje prima voor een luisterend publiek, voor mij een teken om ze in de gaten te blijven houden. Er is gekozen voor een breed arsenaal aan instrumenten, dat inmiddels bestaat uit: harp, fluiten en maar liefst twee draailieren, zowel akoestische als elektrische gitaar, bas en drums en sinds vorig jaar een theremin. Anno 2010 is het geluid van de groep live een stevige, dynamische mix geworden van stijlen: folk, klassiek, fantasy / gothic en zelfs metal, bij optredens kun je de langharige bandleden vol overtuiging op hun eigen muziek zien headbangen. Afgelopen zomer lieten ze op het eigen festival Orfest al horen flink gegroeid te zijn en met hun eerste optreden op Folkwoods zorgden ze zelfs voor een echt muzikaal hoogtepunt. Een cd zat toen al in de pijplijn en het resultaat kreeg de titel Inferno.Melodieën worden door Orfeo in lagen opgebouwd, te beginnen met de hanterdro Highway to Noordeloos, waarin de band zich voorstelt op akoestische gitaar, fluit, draailier, drums en bas. Vervolgens krijgen de instrumenten de kans om zich door elkaar heen te vlechten, uit te stappen of juist weer in te vallen in het geheel. Dan horen we iemand aan de knoppen van een radio draaien om de juiste zender te vinden om te stoppen als de vrolijke fluit samen met de gitaar een cercle inzet, deze Fluitfeeks hoorden we al eens van RAMA, maar dat is niet verwonderlijk, componiste Erica maakt deel uit van beide groepen. In dit nummer doet de harp zijn intrede, met enkele sprankelende intermezzo's. Het afsteken van een lucifer (als gadget heeft de band een bijpassend luciferdoosje bedacht) kondigt heel toepasselijk het titelnummer Inferno aan, een meer rockend stuk met twee draailieren, aangezette drums en bas.
Dat metal en folk dichter bij elkaar liggen dan sommigen denken komt naar voren in de rondo Eria Rond'Or, met een riff die ontstond in de inmiddels ter ziele gegane doom metal band Eria D'Or, waarvan Rutger en Marco deel uitmaakten. Space vind ik op de cd wat nuchter rockend overkomen, terwijl ik me toch meen te herinneren dat die live veel spannender uitwaaierde, misschien is Orfeo bij de opnamen net iets te braaf geweest. In Chique horen we voor het eerst de theremin, die aan het einde voor de onaardse sfeer zorgt, maar vooral indruk op mij maakt in Beau Jardin (de inspiratie voor dit stuk werd gevonden in een geurige tuin). Dan blijkt het ijle geluid over de lieflijke harp heen een uitstekende vervanger voor een zangeres, denk hierbij aan Sharon den Adel of zo. Tenslotte is er 11 Fantasy, een dromerige wals in 11, met onweersbui en stortregen als tegenhanger van een dit keer sprookjesachtige harp. De drummer ontbreekt hier, maar wordt door mij niet gemist. Het brede instrumentarium biedt tal van mogelijkheden om het ritme aan te geven.
Hoewel Orfeo de dynamiek van een live optreden niet helemaal heeft kunnen vangen op Inferno valt er genoeg moois te ontdekken op deze debuutplaat. Vergeleken met de demo van een paar jaar geleden is de band duidelijk gegroeid, zowel in muzikaal opzicht als in de arrangementen. Soms is er een mooi ingetogen verrassing te horen, maar daartegenover kan ook een lekker overstuurde noot staan. De band laveert tussen sprookjesachtige metal en rockende balfolk, dat zou binnen de nummers nog iets meer met elkaar mogen contrasteren, maar deze muzikanten zijn nu al hoorbaar op weg om een heel eigen plek te verwerven binnen de balfolk. De theremin is daarbij wat mij betreft beslist een aanwinst.
Mirjam Adriaans
Orfeo bestaat uit: Marco van Asperen (gitaren, elektro-akoestische draailier, theremin), Erica van Brenk (fluiten), Paul Hendriks (bassen), Rutger van Krieken (drums, cajon) en Lies Sommer (harp, draailier).
PS Zoals gewoonlijk kijk ik ook even in het mooi verzorgde boekje (aantrekkelijk artwork is ook een goede reden om een cd aan te schaffen). De redactie van Folkforum wordt met naam en toenaam bedankt, sympathiek, maar dat maakt een onafhankelijke recensie niet gemakkelijker. Ik heb daarom ook een paar muziekmaten gevraagd naar hun mening. De conclusie luidt dat Orfeo zijn best gedaan heeft om er een mooi debuut van te maken. Met name de combinatie tussen ingetogen folk en harde metal / fantasy valt in positieve zin op. De een laat weten dat het van hem zelfs echt ruig mag, als er voldoende verstilling tegenover staat, hij stelt voor om bijvoorbeeld een jigue of mazurka enkel met harp te doen. De ander merkt op dat de opnames gemaakt zijn in een thuisstudio, en dat ze 'met die laptop toch een heel goed geluid hebben weten te creëren'.
Bron: FolkForum.nl
15-08-2009 Folkwoods 2009
Gelukkig laat Orfeo zien dat in Nederland de balfolk ook muzikaal gezien groeit. Ze benaderen de Vlaamse top, met een verrassend goed optreden.
Bron: Folkforum.nl
Enkele leden van deze groep, die traditionele harp, fluit en draailier op eigen wijze mixt met drums en elektriek, leerden elkaar kennen op Folkwoods in 2002, en sindsdien hebben ze flink aan de weg getimmerd. Hoewel de soundcheck niet naar behoren verliep, waardoor het optreden later begon en wat kort uitviel, wisten ze heel wat publiek (zowel dansers als luisteraars) te boeien met jig, mazurka of schottisch. Tegenwoordig maken ze ook gebruik van een theremin, waarmee ze een lekker onaards tintje aan hun muziek meegeven. Wat mij betreft was dit het hoogtepunt van de dag.
Bron: Folkforum.nl




